Posts tonen met het label onderschildering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderschildering. Alle posts tonen

vrijdag 1 februari 2019

Dode kleur

Tekenen en schilderen | Dode kleur


De term dode kleur wordt gebruikt bij onderschilderingen.

Deze kleur dient ongeveer in de richting te komen van de uiteindelijke dekkende kleur maar kritisch is dat niet.

Omdat deze onderschildering uiteindelijk volledig verdwijnt spreken we van een dode kleur

De term "Dode kleur" wordt echter niet  alleen voor onderschilderingen gebruikt. Dode kleur wordt ook wel gebruikt voor het benoemen van matte, saaie kleuren zonder enige sprankeling of levendigheid. Soms spreken we dan ook wel van een matte kleur, Dode kleur is in elk geval een term die vaak wordt gebruikt in de wereld van de schilderkunst. 

Deze wat negatieve eigenschap van een dode kleur kan verschillende oorzaken hebben. Een van de belangrijkste factoren is de manier waarop de pigmenten worden gemengd en toegepast. Wanneer een schilder een kleur mengt met zijn complementaire kleur, ofwel de kleur die er recht tegenover staat in de kleurencirkel, dan kan een dode kleur als gevolg hebben. Dit komt doordat de complementaire kleuren elkaar neutraliseren. De levendigheid wordt daar ernstig door verminderd. Bijvoorbeeld, als een schilder rood en groen mengt, worden ze samen een soort bruinige kleur, die vaak een dode uitstraling heeft.

Een andere factor die bijdraagt aan dode kleur is de textuur van het oppervlak waarop de verf wordt aangebracht. Als de ondergrond ruw is of veel textuur heeft, kan de verf niet lekker gelijkmatig worden verdeeld. Het resultaat is dan een matte afwerking. Dit kan vooral een uitdaging zijn bij het schilderen op canvas of ruwe panelen.

Bovendien kan het type verf dat wordt gebruikt van invloed zijn op de mate van glans. Olieverf staat er bijvoorbeeld om bekend een rijkere glans te hebben dan bijvoorbeeld acrylverf, die van nature meer matte eigenschappen heeft en minder fel van kleur is. Sommige kunstenaars verkiezen echter juist het gebruik van dode kleuren om een bepaalde sfeer in hun werk te bereiken. Het kan bijvoorbeeld worden gebruikt om een gevoel van melancholie of veroudering over te brengen. En om voor een wat meer ingetogen en of verstilde compositie te zorgen.

Hoewel dode kleuren soms als ongewenst worden beschouwd, kunnen ze ook bewust worden gebruikt als een middel om diepte en contrast te creëren binnen een schilderij. Door dode kleuren te combineren met helderdere, levendige kleuren, kan een kunstenaar een boeiend spel van licht en schaduw tot stand brengen dat de kijker aantrekt. De dode kleuren komen in de achtergrond en de levendige felle kleuren vinden we in de voorgrond.

Kortom, dode kleur is een fenomeen in de schilderkunst dat voortkomt uit verschillende factoren, zoals de manier van mengen, de textuur van het oppervlak en het type verf dat wordt gebruikt. Hoewel het werken met een dode kleur soms als een uitdaging kan worden beschouwd, kan het ook worden omarmd als een waardevol middel om diepte, contrast en emotionele impact te creëren binnen een kunstwerk.

En nu verder....


Grisaille ofwel de de kunst van schaduw en licht

Tekenen en schilderen | Grisaille


Grisaille ofwel de de kunst van schaduw en licht


Een bijzondere en verfijnde schildertechniek


De grisaille is een bijzondere en verfijnde schildertechniek waarbij de kunstenaar werkt met slechts één kleur, vaak verschillende tinten grijs. Deze monochrome techniek is bedoeld om de illusie van driedimensionale sculpturen of reliëfs op te wekken. Grisaille is afgeleid van het Franse woord "gris" (grijs). De grisaille wordt vaak gebruikt om een beeldhouwwerk of architecturaal ornament na te bootsen, zonder dat het object daadwerkelijk uit steen of ander materiaal is gehouwen. Door het meesterlijk gebruik van licht en schaduw weten kunstenaars die met grisaille werken, vaak een verbluffend realistisch effect te creëren dat de kijker serieus doet geloven dat hij naar een echt beeldhouwwerk kijkt.

Hoewel de techniek al eeuwenoud is en in verschillende kunstperioden werd toegepast, heeft grisaille zijn bekendheid te danken aan enkele grote meesters uit de Renaissance en de Barok, zoals Peter Paul Rubens en Jacob de Wit. In dit artikel bekijken we de geschiedenis, technieken en toepassingen van grisaille en kijken we naar de meest invloedrijke kunstenaars die deze kunstvorm hebben beheerst.

De oorsprong van grisaille


Grisaille kent zijn oorsprong in de middeleeuwse kunst, waar het werd toegepast in glas-in-loodramen en miniaturen in manuscripten. In de glas-in-loodkunst werd grisaille gebruikt om details toe te voegen aan de glaswerken, zoals gezichten en plooien in kleding, door het gebruik van grijze verf op gekleurd glas. Deze techniek zorgde ervoor dat de figuren op het glas meer diepte kregen, ondanks het tweedimensionale medium.

In de vroege renaissance werd grisaille ook toegepast in muurschilderingen, met als doel het simuleren van architectonische elementen, zoals zuilen, pilasters en friezen. Een bekend voorbeeld hiervan is te vinden in de "Cappella dei pazzi" in Florence, ontworpen door Filippo Brunelleschi, waar grisaille wordt gebruikt om architectonische details en figuren te suggereren.

Grisaille in de renaissance


In de renaissance werd grisaille vaak gebruikt als voorstudie of schets voor grotere, kleurrijke schilderijen. Het stelde kunstenaars in staat om de compositie en lichtval van hun werk in een vereenvoudigde vorm te bestuderen voordat ze met kleuren aan de slag gingen. Deze werkwijze leidde tot een diepgaand begrip van licht en schaduw, waardoor de grisaille zelf vaak een kunstwerk op zich werd.

Grisaille werd ook toegepast in olieverfschilderijen, zoals te zien in de beroemde "ghent altarpiece" van Jan en Hubert van Eyck, waar enkele panelen volledig in grisaille zijn uitgevoerd om gebeeldhouwde heiligen te simuleren. Het gebruik van grisaille in dit altaarstuk versterkt de contrasten tussen de kleurrijke, levendige panelen en de schijnbaar marmeren figuren, waardoor het geheel een dramatisch effect krijgt.

De barok en de illusie van sculptuur


In de barokperiode nam grisaille een centrale plaats in binnen de decoratieve  kunst, met name in de interieurs van kerken en paleizen. De barokstijl, die bekend staat om zijn overvloed en dramatiek, maakte veelvuldig gebruik van trompe-l’oeil, een techniek die de kijker letterlijk “het oog bedriegt”. Grisaille was perfect geschikt voor dit doel, omdat het door het gebruik van verschillende tinten grijs reliëfs en beelden kon suggereren zonder daadwerkelijk driedimensionaal te zijn.

Een van de meest bekende barokkunstenaars die zich onderscheidde in grisaille was de Amsterdamse barokschilder Jacob de Wit. De wit verwierf roem met zijn zogenaamde "witjes", grootschalige grisailles die vaak plafonds, wanden en schoorsteenstukken van de Amsterdamse grachtenpanden sierden. deze werken leken op gebeeldhouwde ornamenten, maar waren in werkelijkheid met olieverf geschilderde illusies. de verfijnde techniek waarmee de wit volumes en schaduwen weergaf, maakte zijn werken geliefd bij de rijke burgerij van de stad.

Grisaille werd in deze periode vaak gebruikt om mythologische, religieuze of allegorische taferelen te verbeelden, waarbij de grijstinten de dramatiek en plechtigheid van de voorstellingen benadrukten. In kerken en paleizen gaf grisaille vaak een grandeur aan de ruimtes, doordat het de illusie wekte van gebeeldhouwde figuren en decoratie aan de wand zonder de kosten en het gewicht van echte sculpturen.


De techniek van grisaille

De kracht van grisaille ligt in het meesterlijk hanteren van licht en schaduw, of "clair-obscur". Door subtiele gradaties van grijstinten kunnen kunstenaars een indrukwekkend realistisch effect bereiken, waarbij de illusie van diepte en volume wordt gecreëerd. Bij een goed uitgevoerde grisaille lijkt een tweedimensionaal schilderij driedimensionaal, doordat de schaduwen op de juiste plekken zijn aangebracht en de lichtere delen overtuigend oplichten.

De techniek vereist een grote mate van vakmanschap en geduld. Kunstenaars beginnen vaak met een donkergrijze onderlaag en werken vervolgens stapsgewijs naar de lichtere tinten toe, waarbij ze zorgvuldig de contrasten opbouwen. Schaduwen worden aangebracht om volumes te suggereren, terwijl hooglichten worden gebruikt om de illusie van reliëf en diepte te versterken.

Een belangrijk aspect van grisaille is het gebruik van "sfumato", een techniek waarbij de randen van vormen zacht en wazig worden gemaakt om een realistische overgang van licht naar schaduw te simuleren. Dit zorgt voor een vloeiend en natuurlijk effect, waardoor de illusie van diepte en vorm wordt versterkt.

Grisaille in de moderne kunst


Hoewel grisaille voornamelijk in verband wordt gebracht met de renaissance en barok, is de techniek ook in latere periodes van de kunstgeschiedenis blijven bestaan. In de moderne kunst zien we grisaille toegepast door kunstenaars die de grenzen van licht, schaduw en vorm willen bekijken. Abstracte schilders kunnen bijvoorbeeld grijstinten gebruiken om diepte en contrast te suggereren zonder het gebruik van kleur.

Ook in de grafische kunst en fotografie wordt de techniek van grisaille nagebootst, waarbij zwart-witbeelden worden gebruikt om de nadruk te leggen op textuur, lichtval en vorm, zonder afleiding van kleur. Dit toont aan dat de kern van grisaille, namelijk de kracht van licht en schaduw, nog steeds een belangrijke rol speelt in visuele kunstvormen.

Samenvattend


Grisaille is veel meer dan enkel een monochrome schildertechniek; het is een kunstvorm die de grenzen tussen schilderkunst en beeldhouwkunst vervaagt. Door het subtiele gebruik van licht en schaduw kan de kunstenaar met een beperkte kleurschaal een verbluffende illusie van diepte en volume creëren. Van de middeleeuwse glas-in-loodramen tot de barokke meesterwerken van Jacob de Wit, grisaille heeft door de eeuwen heen bewezen een veelzijdige en tijdloze techniek te zijn. Het blijft een bewijs van de kracht van vakmanschap en de magie van optische illusie in de kunst.

 


En nu verder....


woensdag 30 januari 2019

Textuur

Tekenen en schilderen | Textuur


Wat is textuur

Textuur geeft de fijnheid of juist de grofte aan van doek, hout of andere ondergrond waarop getekend of geschilderd wordt.

Hoe gladder hoe beter? Of juist niet?

Velen denken dat het belangrijk is dat de werking van de ondergrond tegenover het onderwerp zo gering mogelijk is. Met andere woorden, die ondergrond dient zo glad mogelijk te zijn. Niet is echter minder waar volgens vele kunstenaars die het bewerken van de ondergrond als een belangrijk onderdeel van hun schilderijen zijn gaan zien. Volgens hen geeft een minder gladde ondergrond juist een extra vorm van leven aan een schilderij. Maar vooral bij bepaalde vormen van fijnschilderen gaat dat natuurlijk niet op. Daar kan de ondergrond juist niet glad genoeg zijn.

Ondergronden

Een spiegelgladde ondergrond kan voor sommige kunstvormen een fraai resultaat geven. Bijvoorbeeld technieken die op airbrush gebaseerd zijn. Maar die technieken zijn betrekkelijk zeldzaam


Voorbeeld van eigen textuur op doek

In de afbeelding een onderschildering voor een schilderij waarbij het de bedoeling is om in het midden iets van bloemen en planten weer te gaan geven. Om daar de textuur eens flink aan te pakken is er een hoeveelheid zaagsel door de acrylverf gemengd om het levendig te maken.




doek met textuur
Voorbeeld van zelf aangebrachte textuur


Bewuste versterking van de textuur

Veel kunstenaars gaan de textuur juist versterken. Men smeert allerlei pasta’s, plamuur bij de bouwmarkt vandaan, sierpleisters, verdikkingsmiddelen etc op het doek. Het doel van deze acties is juist om een kunstwerk een grillige en onvoorspelbare ondergrond te geven. Soms maakt men gebruik van verschillende technieken die elk weer hun eigen eisen aan de textuur stellen. Sommigen plakken allerlei ondergrondmaterialen op doek zoals bijvoorbeeld verschillende textielvormen en verbandgaas

Ken uw textuur

Het is voor een kunstenaar dus echt wel van belang zijn ondergrond en het effect dat die geeft te kennen. Pas dan kan hij er optimaal gebruik van maken.

En nu verder....